Het Ree

Het kleine, elegante ree (Capreolus capreolus) is in de zomer roodachtig bruin van kleur maar wordt in de winter vaak helemaal grijs. Vlak onder het niet of nauwelijks zichtbare staartje hebben reeën een grote witte vlek: de spiegel. De spiegel is niervormig (met de bolle kant naar boven). Geiten hebben onderaan hun spiegel een soort staartje van haar hangen: het schort  . De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes en hebben een klein gewei, meestal met drie punten. Het gewei word afgeworpen in de periode van oktober tot januari en het nieuwe gewei, dat onmiddellijk begint te groeien, is bedekt met een ‘fluwelen’, behaarde huid die het groeiende gewei van bloed voorziet. Jonge reeën (‘kalf’ genoemd) hebben een gevlekt kleed gedurende de eerste zes weken van hun leven.

Reeën zijn de gehele dag actief, maar de belangrijkste activiteitspieken vinden plaats bij zonsopgang en zonsondergang. Reeën leven solitair of komen voor in kleine gemengde groepen. In de winter kunnen zich grote groepen vormen om samen te foerageren. Ze hebben een gevarieerd dieet, dat wisselt afhankelijk van de tijd van het jaar, en omvat de bladeren van bladverliezende struiken en bomen, granen, onkruiden, eikels, coniferen en varens.

Het reeënbronst ​​vindt plaats van half juli tot half augustus. Gedurende deze tijd worden de bokken zeer territoriaal en verdedigen ze hun territorium stevig. Er zijn vaak gevechten tussen de bokken. Twee bokken duwen en draaien met de geweien tegen elkaar aan; deze gevechten kunnen ernstige verwondingen en zelfs de dood tot gevolg hebben. De winnende bok kan dan paren met een geit; hiervoor loopt de bok het de hinde een tijdje achterna in acht-vormige rondjes totdat ze klaar is om te paren. Hoewel paring plaatsvindt in augustus, begint het bevruchte ei zich pas eind december of begin januari te ontwikkelen; het ree is het enige hoefdier dat deze ‘vertraagde implantatie’ heeft, waarvan wordt gedacht dat het een aanpassing is om geboorten tijdens de strenge winter te voorkomen. Tussen de 1 en 3 kalfjes worden geproduceerd in de maanden mei en juni, maar ook tweelingen komen regelmatig voor. De kalveren worden gedurende de eerste zes weken van hun leven veel alleen gelaten; hun gevlekte vacht helpt ze te camoufleren, als de hinde aan het foerageren is. Beide geslachten verspreiden zich, maar vrouwen blijven dichter bij het bereik van hun moeder dan mannen. Seksuele volwassenheid wordt meestal bereikt op ongeveer 14 maanden oud.